De trein komt door omstandigheden aan op een ander perron. Het gewijzigde perron wordt omgeroepen. Op de eerste maandag van de maand worden om 12 uur de sirenes getest. Op een verjaardag wordt besproken welke nicht een kindje krijgt. Alle drie voorbeelden van situaties die niet te volgen zijn voor mensen die doof zijn. 

1,5 miljoen mensen
In Nederland zijn naar schatting ruim 1,5 miljoen mensen doof of slechthorend. De samenleving is ingericht op basis van hoe de meeste mensen zijn. Omdat de meeste mensen horen, wordt op veel momenten enkel gecommuniceerd met geluid.

Horende wereld
In mijn zoektocht naar hoe een inclusieve samenleving er in de praktijk uitziet, spreek ik een vriendin, Jos de Winde. We hebben een whatsapp-afspraak, want bellen is geen optie. Ze is doof. Ze is horend geboren, maar raakte erna doof door een hersenvliesontsteking die ze door een bacterie opliep in combinatie met medicijnen. Ze groeide op in een horende omgeving en ging naar een school voor slechthorende kinderen. 

Op die school lag de nadruk op goed leren communiceren met horende mensen. Ze leerde articuleren en liplezen, maar geen Nederlandse Gebarentaal (NGT). Jos voelde zich wel eenzaam, maar linkte dat op dat moment nog niet aan haar doof-zijn. Als tiener kwam ze terecht in een dovenclubhuis in Amsterdam waar gecommuniceerd werd met NGT. Een openbaring voor haar. Ze schrijft hoe opgelucht ze was op het moment dat ze zonder moeite met anderen kon communiceren. 

Doof-zijn is op zich geen probleem. Iedereen is anders, en ieders zintuigen zijn anders afgesteld. Jos mist één zintuig, maar voelt zich daardoor niet bijzonder. Het maakt juist dat haar andere zintuigen sterker zijn; ze ziet en voelt alles veel beter en merkt het sneller op als iemand zich anders gedraagt. Doof-zijn hoort gewoon bij haar, het is onderdeel van wie ze is.

Het sociale model 
We zien een beperking vaak als het probleem van de persoon met de beperking zelf. Op nietsoveronszonderons.nl lees ik over perspectieven op beperkingen. We kunnen kijken vanuit het medische of vanuit het sociale model. In onze samenleving gaan we te vaak uit van het medische model. Als jij een beperking hebt, dan wijk jij af van de norm, en de problemen die daaruit voortkomen zijn voor jouw eigen rekening. Je wordt ondersteund bij het minimaliseren van de beperking door hulpverleners. Beperkingen worden op die manier gemedicaliseerd. Volgens het sociale model wijkt iemand met een beperking niet af van de norm, maar gaat het, net als bij alle andere mensen, om een variatie van de mens. De nadruk ligt niet op het minimaliseren van de beperking, maar op het toegankelijk maken van de omgeving. Het probleem is niet medisch, maar sociaal. Het is het niet het probleem van één persoon. Het probleem is de samenleving, die niet voldoende inclusief is maar te veel gericht op mensen zonder beperking.

Een toegankelijke samenleving 
In een inclusieve samenleving is het sociale model de norm. De vraag is dan niet wat dove mensen kunnen doen om zich aan te passen aan horende mensen. De vraag is wat horende mensen kunnen doen om zich aan te passen aan dove mensen. Ik vraag Jos naar haar ideeën. Ze benadrukt hoe belangrijk het is om alle informatie toegankelijk te maken in NGT. Er is behoefte aan een basis. Zo zou alle informatie van de overheid getolkt moeten worden, zeker in geval van nationale crisis. Op maandagen moeten niet alleen de sirenes afgaan, maar moeten ook telefoons standaard trillen. Wat als we verder kunnen kijken dan die basis? Ik zie een samenleving voor me waarin mensen in publieke functies kennis hebben van NGT, waarin rondleidingen met tolken in musea vanzelfsprekend zijn, waar we op de basisschool NGT leren, en waar geen enkel doof mens zich uitgesloten of eenzaam voelt.

Dit artikel is op 11 januari 2020 geplaatst in Vrij, weekendbijlage bij Noordhollands Dagblad, Haarlems Dagblad, Gooi & Eemlander en Leidsch Dagblad.